Cultuur veranderen in de zorg

Ga voor de verandering eens anders veranderen.

Voor iedereen die geïnteresseerd is, zijn er van woensdag 13 tot vrijdag 15 oktober informele proefcolleges cultuurveranderen. De locatie is in onze stamkroeg Hesp aan de Amstel in Amsterdam. Weesperzijde 130-131, 1091 ER 

Aanvang 14:00, wel van tevoren opgeven we zijn op sommige dagen al overtekend. Maximaal 15 deelnemers. Dan is de kroeg vol.

Vragen 0619957686 Dr. Martijn van Oorschot Msc.

Een van de moeilijkste dingen om te doen, is iets veranderen aan een cultuur. Al proberen we het al duizenden jaren, sinds mensenheugenis. Het lijkt erop dat in de zorg, cultuur veranderen dubbel zo moeilijk is. Cultuur wordt ook wel de onderstroom genoemd. In de zorg is het verloop hoog en ook het ziekteverzuim. Kan daar wat aan gedaan worden? De afgelopen jaren hebben wij de ins en outs van wat er gaande is in de zorg aan den lijve ondervonden, zowel als cliënt, als professioneel veranderaar, en als gepromoveerd antropoloog. Daarnaast hebben we wereldwijd onderzoek gedaan naar het vergrijzen van de samenleving.

Veel hebben we verwerkt op onze weblog www.zorg2punt0.nl

Op basis van onze ervaringen hebben we een boek gemaakt waarin we ingaan op de vraag: Ok, de problemen zijn talrijker dan de zandkorrels van de zee. Maar wat gaan we nou doen?


Op basis van het boek, Passanten ofte wel het organiseren van zorg, bieden we zes werkcolleges aan, verspreid over een half jaar en op een fysieke locatie. Wellicht zelfs bij verschillende zorginstelling.

Aanvang 14:00, wel van tevoren opgeven we zijn op sommige dagen al overtekend. Maximaal 15 deelnemers. Dan is de kroeg vol.

Instituut Aetatis

Informatie bij Dr. Martijn van Oorschot MSc.

Email: Martijn.Crowe@gmail.com

Tel: 0619957686

Plezier in het werk.

Plezier in het werk

1. Wat willen we met zorg 2.0 bereiken?

  • Een bredere zorgvisie: o.a. niet alleen vakkundige beschikbaarheid maar ook menslievende zorg: aandacht voor de unieke zorgvrager, voor zijn kwaliteit van leven, voor zijn behoeften, voor zijn waardigheid. Aandacht, d.w.z. niet alleen vriendelijk zijn maar daadwerkelijk laten voelen dat de zorgvrager meetelt. Meer gelijkwaardigheid tussen zorgvrager en zorgverlener: allebei hebben elkaar nodig voor een zinvol leven. Echt maatwerk: is deze behandeling wel in het belang van deze zorgvrager?
  • Een vernieuwd zorgsysteem: o.a. geen “management” maar betrokken bazen, eigen verantwoordelijkheid van professionals, geen “zelfsturende teams” als nieuwe (door mannen bedachte) managementmethode, ruimte voor ontmoeting met en aandacht voor de zorgvrager, zoveel mogelijk vaste verzorgers. Focus op zorginhoud i.p.v. persoonlijke relaties en roddelen.
  • Menswaardige wijze van zorghandelen: o.a. uithouden van het ongewisse i.p.v. snelle oplossingen, niet alles dichtplannen. Zorgen is immers geen daad maar een betrekking, waarin “het goede” wordt gedaan (op een vakkundige manier), maar sommige dingen ook bewust worden nagelaten. Altijd oog voor uniciteit van zorgvrager, m.n. bij mensen in zwakke posities, die zichzelf minder kunnen openbaren. Vooral een aandachtige houding naar patiënten (aandacht wordt nu niet gezien als “een verrichting”) hoort bij de kern van professioneel werk. Juist interventies los van interactie zijn heel schraal: zo ontstond routinematig werken en is de zorgfabriek geboren. Loslaten van het diagnose-receptmodel als dominante handelwijze, want elke technische diagnose is een reductie. Langzame zorg: tijd voor vragen en gesprek.

2. Waaraan moeten nieuwe zorg-2.0-aanpakken voldoen?

  • Zorgmedewerkers moeten er plezier in hun werk van krijgen
  • De hoeveelheid sturing door zorgprofessionals moet toenemen ten koste van die van leiding en protocollen
  • Kwaliteit van zorg en toegankelijkheid mag niet minder worden, de structurele kosten niet duurder. 
  • Zorgvragers moeten zich als persoon gezien en gehoord voelen
  • Nieuwe aanpakken moeten bottum-up ontwikkeld worden door zorgvragers én zorgverleners
  1. Wat is er gaande in de huidige zorg?

We zijn op een punt gekomen dat de positieve kanten van zorg 1.0 niet meer opwegen tegen de steeds zwaarder tellende negatieve kanten:

  • Positief (onder meer):
  • Zorgverleners werken vanuit idealistische motieven: de zorgbehoevende mens goed doen en beter maken
  • Zorgverleners werken hard en vriendelijk
  • Het zorgsysteem (organisatieopzet en regelgeving) garandeert gecertificeerde kwaliteit, gebruik van evidence-based methoden, ontwikkeling van gespecialiseerde kennis, efficiënt gebruik van middelen en leidt tot spectaculaire resultaten met name bij enkelvoudige problemen (bijv. botbreuk, orgaanfalen etc)
  • De zorg is voor ieder toegankelijk
  • Leidende waarden zijn keuzevrijheid en autonomie van de zorgvrager (in de langdurige zorg dan ook vaak “cliënt” genoemd). De zorgrelatie wordt als een gelijkwaardig contract gedefinieerd.
  • Negatief (onder meer):
  • Moraliteit ligt niet meer bij de betrokken zorgverlener(s) maar bij ethische commissies, protocollen en het management
  • Sterke nadruk op het doen van verrichtingen, op verbeteren, op snelle resultaten. Derhalve druk, druk: amper tijd voor een echt gesprek met de zorgvrager. 
  • Ondanks de beleden autonomie van de zorgvrager is er in de praktijk veel eenrichtingverkeer zorgverlener – zorgvrager. In de chronische zorg kennen we de bijna altijd optredende hospitalisering, maar onderzoek laat zien dat zelfs in spreekuren binnen 5 minuten de zorgvrager wordt getraind in volgzaamheid.
  • Zorgverleners opereren wel vakbekwaam, maar door externe druk van het management, de overheid, zorgverzekeraars, protocollen en huisregels hebben ze geen tijd en oog voor de uniciteit van de zorgvrager: ze hebben geen wezenlijke aandacht voor de ander, ze komen er niet toe om die te laten weten en vooral voelen dat hij/zij ondanks zijn/haar beperking volop telt, zo hebben de zorgverleners amper tijd en mogelijkheid om ontvankelijk te zijn voor sturing vanuit de zorgvrager. Al tijdens hun opleiding wordt ze geleerd dat professioneel gedrag impliceert dat je afstand houdt en je niet persoonlijk involveert
  • Zo is de zorg 1.0 onder een buitenkant van vakbekwaamheid en vriendelijkheid in zijn systeemvorm een “zorgfabriek” geworden, waar zorgproducten gefabriceerd worden die ondanks alle nadruk op autonomie en vrijheid wel geconsumeerd moeten worden. In de praktijk is er veel dwang tot conformeren, veel disciplinering. 
  • Door alle specialisatie is er veel hokjesgeest in de organisatie maar wat erger is ook geen integrale benadering meer van de zorgvrager. Nogmaals, wie met een enkelvoudige zorgvraag komt zal daar minder last van hebben, maar voor ieder in de complexe en/of langdurige zorg (ouderenzorg, jeugdzorg, gehandicaptenzorg etc.) wordt zo de zorgrelatie enorm verschraald.
  • Door de nadruk op steeds meer technologie heerst er een groot vooruitgangsgeloof, de menselijke kwetsbaarheid is maakbaar, mensen moeten waar het maar kan “beter” worden gemaakt. Er worden hoge verwachtingen gekoesterd en gecreëerd over wat de zorg vermag. Door het grote (steeds groeiende) aanbod aan zorgproducten gaan zorgvragers ook steeds meer shoppen. Zo blijft de zuigkracht van zorg 1.0 blijft ondanks alle tekortkomingen groot.
  • In een zorginstelling verschuift de aandacht van de leiding steeds meer van zorginhoud naar productiemethoden/-regels/-tijd/-kosten), ter wille van het realiseren van door derden (verzekeraars/overheid) gestelde doelen worden risico’s zoveel mogelijk uitgebannen, algemene kwaliteitsnormen worden heilig verklaard.
  • In deze zorgfabrieken komen zorgverleners steeds meer onder druk te staan: hun oorspronkelijke ideaal om iets voor mensen te kunnen betekenen komt steeds meer onder druk te staan, hun discussies gaan dan ook meer en meer over het vak verlaten of toch nog even blijven. Omdat de interne motivatie afneemt, zoekt men het meer in betere werkomstandigheden. Maar helaas, maatschappelijk voelt men zich amper gewaardeerd, en ook financieel wacht men al jaren op meer erkenning.

Voor de zorgvrager met een enkelvoudige vraag (bijv. beenbreuk) werkt een zorgfabriek meestal prima, voor andere zorgvragers met complexe of chronische problemen juist niet. Voor hen betekent aandacht een vitale waarde: hoe gaat het met je? En zo’n vraag betekent in essentie: je wordt niet afgeschreven, je doet er nog toe.

In de huidige zorg worden klachten meestal gereduceerd tot medische fouten/vergissingen, terwijl er vaak een veel diepere lading onder zit: jullie hebben alleen oog voor nut en efficiency maar niet voor aandacht, betrokkenheid, menswaardigheid. In wezen gaan veel klachten (maar ook niet geuite teleurstelling) over kwetsuren in het meest gevoelige van een te verzorgen mens: dat je van waarde bent, dat je ertoe doet, dat je meetelt. Als dat niet wordt ervaren wordt aan het al bestaande (lichamelijke) leed door de zorgfabriek op menselijk vlak nog eens nieuw leed toegevoegd!

2. Wat vinden wij van de zorg als zorgfabriek?

  • De focus op up-to-date (medische/zorg) technologie heeft de levens van ontelbaar veel mensen verbeterd en gered. De perfectionering van de zorgorganisaties als systeem heeft ertoe geleid dat we veel evidence-based methodieken ter beschikking hebben, dat er zuinig met het beschikbare geld wordt omgesprongen, dat de toegankelijkheid voorbeeldig is en dat kwaliteit zeer hoog in het vaandel staat.
  • Maar dit systeem is wel aan het einde van zijn levenscyclus gekomen. Behalve zorgmanagers zijn er nog amper zorgverleners te vinden die plezier hebben in hun werk: ze komen niet toe aan dat datgene waarvoor ze het werk gekozen hebben, en ze ervaren zoveel druk en benauwenis door alle disciplinering, protocollen en eindeloze administratieve rompslomp dat steeds meer mensen de zorgfabriek verlaten. Overal kampt men dan ook met tekorten.
  • Maar het ergst van alles is dat degenen voor wie dit allemaal is bedoeld,  de zorgvrager, en dan m.n. de zorgvrager met een niet-enkelvoudige vraag, bijv. ouderen, fysiek of geestelijk gehandicapten, jongeren met levensproblemen en chronisch zieken, de stervenden – de zorgfabriek ervaren als een systeem dat veel extra leed toevoegt aan hun toch al zware lichamelijke belasting. Zij hebben geen schuld aan hun leed, en verdienen zeker geen extra leed. Niet iedereen krijgt een chronische ziekte of handicap, maar wel (bijna) iedereen wordt ouder en kwetsbaarder en komt dan in aanraking met de zorg. Dat alleen al is een reden om de zorgfabriek van zijn perverse kanten te ontdoen.
  • Waarom moet de zorg anders worden?
  • Alle mensen hebben recht op onbekommerde onbaatzuchtige aandacht van anderen, zodat ze weten en voelen dat ze ertoe doen, dat ze voluit meetellen. Dat geldt speciaal voor zorgvragers die in een (lichamelijk/mentaal) afhankelijke, kwetsbare positie verkeren. We hebben er dus veel bij te winnen dat de zorg meer menslievend wordt.
  • Professionals zijn door hun beroepskeuze en vakbekwaamheid prima in staat sturing te geven aan hun eigen vakuitoefening en zo ervoor te zorgen dat ze plezier in hun werk hebben en houden. Zorgprofessionals zouden er dus veel bij winnen als ze de ruimte krijgen hun eigen werk te sturen en weer plezier in hun werk te hebben.

De zes studies

Als u op de afbeelding of de titel klikt, verschijnt het online PDF boek. Rechts van het boek vindt u dan een klein pijltje. Als u daar op klikt, kun u het hele boek doorlezen. De boeken zijn te bestellen bij de uitgeverij de oplichterij.

De Tien Gemeenten

Studie bij SWZP de Tien Gemeenten

Frederik Hendrik

Studie bij Cordaan Frederik Hendrik

Nieuwendam

Nieuwedam
Nieuwendam Amsterdam

Beelden van Wijkzorg

Careyn Oog in Al en Lombok

West Indisch

Team West Indisch

Holendrecht

Maar, wat gaan we nou doen?

We hebben voor de verzorgende geklapt. Opeens waren ze de helden van onze samenleving. Daarvoor ongezien en niet gewaardeerd. Vandaar dat we voor Corona al begonnen waren om daar wat aan te doen. Wat we waarnamen kun je lezen in de 6 studies die we al gemaakt hebben. Als je die leest, denk je wellicht, wat gaan we nou doen?

We zijn dit initiatief dan ook zo gestart. Wat gaan we nou doen? Misschien dat met Corona iets meer het bewustzijn ontstaat dat we in Nederland vreemd geregeld hebben, en dat het wellicht anders, goedkoper en vooral respectvoller naar iedereen toe kan.

Een voorstel om samen aan de slag te gaan.
We willen het niet hebben over technologie en zeker niet over innovatie. Bij ons gaat het om de kwaliteit van de communicatie tussen iedereen die bij de zorg betrokken is. De communicatie tussen mensen is vervangen door informatieverstrekking. Dat heeft veel kwalijke gevolgen en niemand die er individueel nog aan wat aan kan doen. Dat willen we graag nader uitleggen en we hebben al genoeg voorbeelden wat dat oplevert. Dus niet zozeer verandering van technologie, instrumenten of procedures maar kwaliteit van communicatie en daarmee relaties. Dat doen we van binnenuit. Een traject waar iedereen bij betrokken is.

Inspiratie Safari voor Bestuurders
Bestuurder zijn van een zorginstelling is hoe groot of klein de organisatie ook is geen gemakkelijke taak. Je hebt te maken met kwetsbare mensen, met professionals, met wetgeving, procedures waarbij de complexiteit van het leven vaak direct merkbaar is. Om deze reden is het voor veel bestuurders lastig om even stil te staan en te reflecteren op de zorg, de samenleving en de nabije toekomst. Terwijl het kunnen reflecteren op wat er gebeurt op andere plekken – binnen en buiten de zorg-, op trends in de samenleving, op de praktijk van elke dag juist van levensbelang is voor de toekomst van de zorg. Om deze reden organiseren we leer Safari’s. Een leertraject op maat voor bestuurders werkzaam in de zorg is samengesteld. Zoals de naam doet vermoeden gebeurt dit leren niet door powerpoints in zaaltjes, maar gaan we daadwerkelijk op pad. Het bos in. Langs onbekende paden, groene velden, nieuwe vergezichten en drassige polders in de zorg. Pak uit en gympen aan!

Open Management tafels
Keukentafelgesprekken zijn in het sociale domein een steeds bekender begrip geworden. Professionals die bij mensen thuis het gesprek voeren. Wij stellen ook het omgekeerde voor: gewone mensen die juist aanschuiven aan de management-tafel! Wij organiseren voor elke managementtafel de mogelijkheid om een fris en noodzakelijk perspectief aan te laten schuiven. Denk hierbij aan de verhalen van zorgweigeraars, een wijkverpleegkundigen, een jongere of juist een oudere. Om deze gesprekken goed te laten verlopen begeleiden we deze zodat we werkelijk geluisterd kan worden. Hiermee kunnen we zorgorganisaties gebruik maken van het oplossend vermogen van mensen die direct betrokken zijn bij de zorg.

Functioneringsgesprekken
In plaats van functioneringsgesprekken met je werknemers te voeren draaien we het om: werknemers voeren functioneringsgesprekken met de bestuurders. Niet zozeer om het functioneren van de bestuurder te bespreken, maar om bestuurders de kans te geven om te luisteren naar de verhalen van hun werknemers. Over wat ze tegenkomen elke dag hun werk uitvoeren, wat ze voelen, willen, niet durven, enthousiast over zijn en van balen. Zorg 2.0 modereert deze gesprekken. Binnen een uur kom je meer te weten over je organisatie dan bij het lezen van menig management rapport.

Zorgateliers
Wij bieden atelier aan. Dit zijn ruimtes waar kan worden geëxperimenteerd, geoefend, nagedacht en dingen worden gecombineerd zodat we tot nieuwe perspectieven te komen. Een ruimte waar we gebruik maken van creativiteit om tot nieuwe ideeën te komen. Waar we spelen en stukmaken. Een ruimte die vrij is om echt iets nieuws op te zetten. We bieden deze ruimte aan, begeleiden het creatieve proces en draagt zorg voor de verdere inbedding van deze uitingen binnen het bestaande zorgsysteem.

Outside onderzoekers
Wij bieden onderzoekers aan die van buiten de zorg onderzoek gaan doen binnen zorgaanbieders. Deze outside onderzoekers zijn mensen die geheel andere kennis en ervaring binnenbrengen. Mensen die we zorgvuldig geselecteerd hebben op hun professionaliteit en hun onafhankelijkheid en vooral zich bewust zijn van de valkuilen waar mensen binnen het warme bad instappen. Een voorbeeld van dit soort zijn de studies die op deze website staan.

Uitnodiging voor boekpresentatie Tiengemeenten

Uitnodiging

Vernissage van de studie De Tiengemeenten. 

16 Maart 2020

Inloop vanaf 16:00

De Tiengemeenten

Hoornselaan 11
1442 AA Purmerend
(0299) 424 451

Locatie Meetingpoint

Voor versnaperingen zorgt de uitstekende keuken van De Rusthoeve.

Met trots presenteren wij de 5de van 5 studies naar de manier waarop de ouderenzorg in Nederland geregeld is. Elk van deze studies onderzoekt een bepaald aspect van de manier waarop wij de Zorg hebben ingericht. In deze studie volgen we twee maanden lang het complexe leven van de dementerende mevrouw van Millingen en vragen we ons af wat ruimte doet. De letterlijke ruimte die we onze ouderen nog gunnen.

Aan al het goede komt een einde. Met de vernissage van het boek De Tiengemeenten is de antropologische studie naar de manier waarop we de ouderenzorg in Nederland regelen afgerond.

De gedachte dat we het goed geregeld hebben en dat we hier en daar wat weeffoutjes hebben weg te werken is niet meer houdbaar. Het gaat vooruit, alleen de verkeerde kant op.

We zijn nu al begonnen met het beantwoorden van de vraag: wat gaan we nu doen? Daartoe hebben Chris Sigaloff, Frans Verhaaren en Martijn van Oorschot de Zorgbrigade opgericht en gaan we aan de slag met zorg 2.0. We gaan niet van buitenaf een nieuw zorgsysteem ontwikkelen. Wij werken het liefst van binnenuit: met de meiden, bestuurders en managers in de ouderenzorg die willen experimenteren en zorg 2.0 willen ontwikkelen, en met veel feedback (waar het maar kan) van de verzorgden en mantelzorg.

En daarmee wordt het einde van het goede het begin van het betere.

U bent van harte uitgenodigd mede namens Wim van ’t Veer bestuurder en Lisette van Gemeren wijkverpleegkundige. 

Martijn van Oorschot

Lezing gehouden op 14 Oktober

Wijkzorg in moderne tijden.

Rond 1850 begon Multatuli zijn toespraak met de woorden Oreng, Oreng Lebak: Hoofden van Lebak. Het wordt tot de beste literatuur gerekend van Nederland. Hij klaagde het imperialisme en de wantoestanden aan in het wingewest Indonesia waar Nederland al eeuwen als bezetter de scepter zwaaide. Maar wat gebeurde er nou met zijn boodschap? Daar zal ik in het einde van deze tekst wat van zeggen. Maar nu eerst de zaak zelf. Wijkzorg in Nederland.

De afgelopen 20 jaar heb ik met mijn vrouw, en de kinderen in onze slipstream antropologisch onderzoek gedaan naar oud worden en vergrijzen, zwervend over de hele wereld. Misschien, zo denk ik nu, moet je zelf eerst 90 worden om er over te kunnen praten en oordelen. Alleen, wie luistert daar nou naar? Zoals de oude van het Reve eens zei: “Ik wil de mensen vertellen dat ze doodgaan, maar niemand wil luisteren.” Wat een van mijn conclusies is, is dat bij het verval dat ons allemaal te wachten staat, onze dood verbleekt. De geestelijke aftakeling als de hersenen als orgaan het begeven en de lichamelijke aftakeling als allerlei lichaamsfuncties er mee stoppen, veroorzaken een welbevinden dat je niemand zou toewensen. En laten we maar zwijgen over het verlies dat de dood aanricht onder vrienden en bekenden. Het is ongelijk verdeeld over ons mensen, maar wel democratisch.

Als onderdeel van ons onderzoek naar vergrijzing hebben wij in Nederland onderzoek gedaan naar het bijzondere fenomeen van wijkzorg. Ik schakel gemakshalve wijkzorg en ouderenzorg gelijk. Dat is weliswaar niet de bedoeling van de wetgever, maar wel de praktijk. We hebben overal rondgelopen in Nederland. Van Groningen tot het diepe zuiden. Het meest indrukwekkend was het meelopen met de wijkverzorgenden. Zij zijn onze helden. De verzorgenden van Cordaan die ik ontmoet heb. De verzorgenden van Careyn met wie ik samengewerkt heb en de verzorgenden van SWZP uit Purmerend. Een aantal zijn vandaag hier aanwezig. Dank dat jullie er zijn. Jullie zijn praktijkdeskundigen in palliatieve zorg, praktijkdeskundig in geriatrie, specialist in dementievraagstukken, bekend met wondzorg, medicijngebruik, jullie hands-on experience met psychiatrische zorg, verslavingszorg, jullie zijn indicatiedeskundig, en bezitten vooral enorme sociale vaardigheden omdat alles samenkomt in jullie kleine dorpje dat wijkteam wordt genoemd. En oh ja, jullie zijn organisatiedeskundigen want jullie zijn zelforganiserend en zelfsturend, maar niet heus. Sommigen kunnen bogen op 20 tot wel 40 jaar ervaring.

De Spaanse filosoof Santayana woonde zijn laatste 10 jaar bij de blauwe zusters in Rome. Hij werd 88 jaar. Toen hij ongeveer 50 jaar oud was schreef hij in zijn gezaghebbende studie “Het gevoel voor schoonheid” dat deze wereld: “de meest dwaze van alle mogelijke werelden [is] die zich momenteel voordoet als feit.” Ik las dit vorige week pas, dus had dit niet als bagage bij me toen ik enige jaren geleden aan mijn studie naar wijkzorg begon. Het mag van mij de ondertitel worden van mijn studie. Iedereen die gelooft aan de maakbaarheid van ons leven en vol verwachting hoopt op het feit dat morgen alles beter is, zal zich niet herkennen in de conclusie van Santayana. Toch wil ik diegenen wel verzoeken er als mogelijkheid bij stil te staan. Misschien is het wel “the way out of here, said the joker tot the thief.” 

Wij in Nederland zijn tot nu toe bereid om 22 miljard te besteden aan zorg voor mensen in de laatste levensfase. In landen zoals Cambodja en Bolivia wordt nul euro uitgegeven aan ouderenzorg, hebben we geconstateerd. In Japan is het een economisch vraagstuk. Wat moet je met al die torenflats vol niet producerende mensen? De lokale minister roept hen daarom ook op om een einde aan hun leven te maken. Hier in Nederland is het een financieel vraagstuk. We besteden 22 miljard aan langdurige zorg en het is nog lang niet genoeg. Schreeuwerige journalisten krijten moord en brand, beschuldigen bestuurders van hun eigen gebrek aan betrokkenheid en dan stelt het ministerie weer 2 miljard ter beschikking. Is dat een voorbeeld van wat Santayana bedoelde toen hij zei dat dit de meest dwaze wereld was van alle mogelijke? Nu zitten we met die extra middelen en ik heb persoonlijk vast kunnen stellen dat men met de handen in het haar zit wat ermee te doen. Gelukkig zijn IT-systemen heel kostbaar.

Ik ben een jaar lang met ik weet niet hoeveel verzorgenden meegelopen en gefietst. ‘s Morgens om mensen uit hun bed te helpen tot des avonds laat om ze er weer in te stoppen. Ik ben verbijsterd achtergebleven. Kijk ik hier naar de meest dwaze van alle mogelijke werelden? Nee hoor zegt de bestuurster van een programma van 60 miljoen voor langdurige zorg betaald door ZONMW, wij hebben het allemaal goed geregeld in Nederland. 

We weten allemaal dat de lijn van ons leven, ongelukken daargelaten, verloopt van een lang en gezond leven naar een laatste fase van verval. Ik heb dat verval in de ogen gekeken. Ik stelde me bij elke mens in verval die ik ontmoette voor hoe deze mens geweest was in zijn of haar dagelijkse leven. En van daaruit ging ik met hen in gesprek. Met de 88-jarige mevrouw die zodanig nierfalen heeft dat de artsen weigeren om haar dialyse te geven en ze weet dat ze daarom over een jaar dood is. Hoe is dat voor haar, er zat daar een jonge meid die nog niet dood wilde? Ze wil 90 worden, ze hoopt dat ze het redt. Ik zat tegenover de dementerende mevrouw van 94 die waarschijnlijk al haar hele leven in een droomwereld van keeping up appearances heeft geleefd. Wel honderd keer herhaalt ze dat het hier heel fijn is. Dat ze twee weken geleden gevallen is, is ze kwijt, dat ze daarna twee weken in volledige paniek in een vreemd ziekenhuisbed heeft gelegen, is nooit gebeurd. Ze was op vakantie in Friesland geweest en het was daar mooier dan hier. Ze wilde zo graag weg, maar waarheen wist ze niet. Bij de man van 87 jaar, die vanaf zijn 55ste eerst 20 jaar moest zorgen voor een demente vrouw, die hem niet meer herkende en nu in een verzorgingstehuis zit omdat ie Parkinson heeft. “Niet bepaald een gelukkig oude dag samen.”  Beer van een vent, hij haat het da-tie afhankelijk is en nog afhankelijker wordt. Als ik bij hem ben, wordt hem wel 15 keer, ik heb het geteld, verteld door de verpleging dat ie iets MOET doen. Als ik zijn trouwfoto pak, en zeg: “Je was wel een echte kerel zeg,” barst ie in huilen uit. Ik kan nog uren zo doorgaan. Ik heb het verval in de ogen gekeken. Doe uzelf een cadeau. Ga gewoon eens op bezoek bij deze medemensen en niet alleen uw oma. Hou uw mond of stel vragen die uit uw hart komen. En huil. Het is niet memento mori, gedenk te sterven maar memento verval. Dat wij voor onze medemensen zorgen in deze fase verval onderscheidt ons van de dieren. We moeten dat blijven doen, vind ik, maar wel anders.

Wij hebben in onze wijsheid besloten om de zorg die we onze medemensen willen bieden in de meest strikte vorm van bureaucratie te gieten die denkbaar is. Je kunt zeggen wat je wilt maar een bureaucratie heeft voordelen. Het is zeer geschikt om taken massaal, efficiënt en optimaal uit te voeren. Onze samenleving is een enorme bureaucratie. Gezien de lengte van de tekst laat ik een lofzang op de bureaucratie achterwege, maar hij kan gezongen worden.

Bureaucratieën hebben ook wat backdrops. Wie de boeken van de Nederlandse filosoof René ten Bos leest, die zich deskundige op dit gebied van backdrops mag noemen, weet waar ik het over heb. Met bureaucratieën hebben wij als samenleving voor de meest dwaze van alle mogelijkheden gekozen, zou Santayana zeggen. Ik geef hier een volstrekt willekeurig voorbeeld, maar ik weet zeker dat u uit eigen ervaring, maar zeker als u uw oor te luisteren legt bij de wijkverzorgenden, een hele waslijst heeft. 

Zo wordt er in bureaucratieën een onderscheid gemaakt tussen denken en doen. De mensen van wijkverpleging moeten vooral doen en niet te veel denken. Dat laten wij als samenleving over aan voornamelijk mannen die als taakstelling kostenreductie en liberalisering van de zorgmarkt in hun denkraam hebben. Cijfermensen met een verlichtingsideaal. Onze medemens in verval en de verzorgenden zitten met de gebakken peren en ik vraag me vaak af of het doel niet veranderd is in het middel. Wat te denken van een taakstelling per team om 30 extra klanten te werven om de winstverwachting van de zorgorganisatie op pijl te houden?  Wat te denken van handelingen zoals steunkousen aantrekken. Bullshitwerk noemt de Amerikaanse antropoloog David Graeber het. Ik ben inmiddels steunkousenspecialist, een fenomeen dat pas in de jaren 50 met het uitvinden van het juiste materiaal en verfijnde breimachines zijn intrede doet in Nederland. Als je de marketingmachine van deze steunkous breiende bedrijven mag geloven, zijn steunkousen al in gebruik sinds de prehistorie en noodzakelijk voor mensen die lopen, voor mensen die zitten en voor mensen die staan. Vandaar waarschijnlijk dat de wijkverzorgenden de steunkousen uittrekken als de mensen gaan slapen en weer aantrekken als ze wakker worden. Er zijn in Maastricht inmiddels wetenschappelijke studies afgerond die de onnut aantonen. Maar ik verzeker u, als u ooit in een zorgsituatie terecht komt over misschien wel 30 of 40 jaar dan zal de steunkous daar onlosmakelijk aan verbonden zijn. Ik adviseer u om die te weigeren, dan bent u meteen zorg weigeraar. Krijgt u wel extra aandacht en wordt u besproken in het zorgweigeraars overleg, dat tegen die tijd wel geautomatiseerd zal zijn.

Samenvattend. Van de mensen die zorg nodig hebben, naar de verzorgenden, naar het systeem dat we bedacht hebben om ze te ondersteunen in hun werk, valt er nu alleen nog wat te zeggen over de samenleving die deze dwaze der dwaaste oplossingen sanctioneert. Langdurige zorg interesseert de meeste mensen pas als hun oma in een instelling wordt opgenomen en dan nog vooral om er schande van te spreken. Verder niet. De eerdergenoemde journalist heeft een manifest op zijn website staan dat je kunt ondertekenen. Ondanks veel media-aandacht hebben slechts 100.000 mensen ondertekend. Net genoeg voor een zetel in de Tweede Kamer. Ik hou mijn hart vast. Zo groot is de aandacht dus niet. Dat gebrek aan belangstelling is ook heel complex. Je kunt er een boek over vol schrijven en dan ben je er nog niet. Eentje wil ik uitlichten. Wij behoren in het westen tot de kerk der consumenten. Ons gebrek aan belangstelling komt ook voort uit het schizofrene voorschrift vanuit de politiek: “Ga winkelen.” Wij worden verzocht en verleidt consument te zijn. Dat is een 28 uurs dagtaak. Dat houdt in dat u geld verdient door hard te werken. Daar hoort dan bij dat u op vakantie gaat en zich amuseert om van dat werken uit te rusten. Dan kan u weer vol goede moed aan het werk. Dat betekent dat u dat verdiende geld ook uitgeeft.  En daarbovenop heeft u tijd nodig om die consumer goods ook te showen en te gebruiken. Natuurlijk blijft daar dan geen tijd meer over om samen te leven, laat staan dat u tijd heeft om oma aandacht te geven. Toen de zorgtaak voor ouderen door de overheid werd overgenomen, ging er dan ook een zucht van verlichting door de samenleving, zo wordt mij verteld door mensen die erbij waren. Om dan nu de conclusie te trekken dat de zorg weer uitgevoerd moet worden door de samenleving zelf, roept dan ook wrevel op. 

‘There is no way out of here, said the joker to the thief’, is wellicht wat te somber. Ik schat dat de kosten met 40 tot 50 procent om laag kunnen als we de moed hebben om onze eigen oplossing in twijfel te trekken en misschien wel durven zeggen dat het toch wel de meest dwaze van alle mogelijke is. Laten we om te beginnen eens nadenken over wat wij als samenleving zorg noemen. Op een dag zijn wij die medemens in verval. Laat bijvoorbeeld de verzorgenden met die 20 tot 40 jaar ervaring eens aan het woord, terwijl wij onze mond houden. Laten eens de wijkverzorgenden zelfstandig tot meesterschap komen in plaats van in toenemende mate robotachtige uitvoerders. Laten we eens nadenken over wat cliënt-afhankelijkheid doet waardoor ik 30% van de mensen die ik tegenkwam verdenk van oblomovisme: ze zijn zo levensmoe dat ze zichzelf niet meer verzorgen en alleen maar achteruitgaan, wat tot een steeds grotere zorgvraag leidt. Of te denken van de afhankelijkheid die ontstaat: “De dokter zegt…” Oh ja, joh en wat vind je er zelf van, jij verpleegkundige, jij mens in zorg. Of onze preoccupatie met het voorkomen van de dood: waarom mensen die dement zijn fysiek blijven opkalefateren en oppoetsen, zodat ze volkomen weg van de wereld verzorgd moeten worden door onze samenleving. Laten we eens kijken wat steunkousen aantrekken nu echt oplevert en ons afvragen of dat een taak is van de overheid en zo ja, waarom de minister dan niet meehelpt. Toch ook een kleinzoon. Kortom, het is zoals de dronken man die onder een lantarenpaal naar zijn sleutels zocht. Komt er een agent aan en vraagt of-tie mag helpen. “Ik zoek mijn sleutels,” zegt de man. Waarop de agent zegt: “Er liggen hier geen sleutels.” Waarop de man zegt: “Dat weet ik, maar hier is het licht en waar ze liggen is het donker.”

Dat sturen op de kosten de zorg duurder maakt, heb ik in mijn studie wel kunnen aantonen. Het maakt ook ongelukkiger. Ongelukkige verzorgenden en ongelukkige verzorgden. Maar laten we in het paradigma van de geldschieters blijven. Hoeveel zal het kosten als zorg niet meer geleverd wordt als handeling maar als aandacht voor onze medemens in verval? Hoeveel zal het kosten als we de verzorgenden de ruimte geven om weer plezier in hun werk te hebben en ze zich weer gewaardeerd en gezien te weten door baas en samenleving? 

We keren terug naar Multatuli. Het was Willem Fredrik Hermans die in de archieven gedoken is van de 2de kamer der staten generaal. Hij schreef er een prachtige studie over: De raadselachtige Multatuli. Slechts één keer vindt hij een verwijzing naar “dat boek.” Wij moesten nog toezien hoe ene assistent-resident Colijn een eiland uitmoordde, hoe de japanners flink huishielden onder de bezetters en hoe wij ons vergaloppeerden aan politionele acties voordat de mensen van Indonesië van ons af waren. Niet dat het er beter op werd, maar wel anders. De Max Havelaar was goeie literatuur maar had nauwelijks effect. Ik roep u op om dat anders te doen. Het kan namelijk anders. En waarom zou u iets laten wat binnen uw bereik ligt?

Vernissage “Zorg in de Wijk”

Op 31 oktober vindt een vernissage en mini symposium plaats rondom de boeken die Martijn van Oorschot heeft gemaakt over wijkzorg. Elke dag weer werken duizenden mensen als zorgverlener voor die mensen in onze samenleving die zorg nodig hebben. Dat levert bijzondere relaties op. Die relatie is meer dan alleen de handeling die zo keurig beschreven staat in protocol, functiebeschrijving of handboek. Het drieluik dat voor Cordaan is gemaakt, thematiseert deze bijzondere relatie. Daarvoor is er antropologisch onderzoek gedaan naar het werk van al die mensen die in de zorg werken. Wat doen de mensen die die in de zorg werken zoal de hele dag en wat komen ze tegen?

Het drieluik toont de verzorgende, de relatie en de verzorgde en verwijst naar de gelaagdheid en meervoudigheid van die relatie. Eerst zijn er foto’s genomen in de praktijk. Daarvan werd een kleine verdichte selectie in olieverf geschilderd. Middels fototechnieken zijn die schilderwerken weer over elkaar heen gelegd en geprint op colorietpapier. Het eindresultaat   biedt een ontdekkingstocht voor wie er stil bij wil staan.

Op 31 oktober zal naast de onthulling van het kunstwerk door de meiden van Cordaan en Martijn van Oorschot, ook een mini symposium plaatsvinden over werken in de zorg. Hoe kunnen de inzichten uit het dagelijks werk en leven van verzorgenden en clienten bijdragen aan fijner werk?

De vernissage en mini symposium is alleen voor genodigden.

Onderzoeksvragen

Afgelopen jaar hebben we bij 5 teams voor wijkzorg onderzoek gedaan. Participatief onderzoek heet dat. Gewoon meedraaien met de dagelijkse gang van zaken en daar wat van vinden. Elk team verschilde enorm van de ander. Het werk leek op elkaar maar dat was misschien wel het minst interessante. Interessant is dat wij in Nederland Wijkzorg hebben op zo’n grote schaal en dat er zoveel mensen in werken. En het is nu eenmaal zo, samenwerking tussen mensen gaat niet vanzelfsprekend. Dus dat aspect is veel interessanter. Het technische deel, hoe je oogdruppels geeft, hoe je een stoma schoonmaakt, hoe je steunkousen aantrekt en noem maar op kun je leren op een opleiding en is redelijk standaard. Maar samenwerken is een ander chapiter. Dus dat hebben we onderzocht.

Continue reading “Onderzoeksvragen”

Leren Communiceren

Wat bedoelen we in deze studie met interactie? Het is lastig om dat simpel uit te leggen. Maar het is van belang. Interactie gaat over de manier waarop wij communiceren met elkaar als mens.

Er is een heel technische opvatting over hoe wij communiceren die nog steeds door veel mensen zo ervaren wordt en er is binnen de sociale wetenschappen een opvatting die veel omvattender is. We benoemen eerst de populaire opvatting en de consequenties daarvan. Later werken we de meer omvattende opvatting uit, zoals beschreven door Watzlawick en Bateson.

Continue reading “Leren Communiceren”

Hierarchie en geweld

De vraag die eerst beantwoord wordt in dit stuk is: wat is interactie? Om te beginnen geven we voorbeelden van wat het niet is.

Het idee dat doorgedrongen is tot in de haarvaten van onze samenleving is dat communiceren zenden en ontvangen is. Dit is ook deel geworden van de manier waarop mensen macht over elkaar denken uit te oefenen. Deze manier van communiceren is dominant en de mensen in een samenleving of samenwerkingsverband worden erop afgerekend als ze zich niet aan deze vorm houden. De straffen zijn navenant of dienovereenkomstig, met degradatie ofte wel zakken in de pikorde tot pure uitsluiting.

Continue reading “Hierarchie en geweld”